Mijn dienst begint om 14.53. Ik pak een kopje koffie mee voor onderweg, installeer me in de bus en ga op weg naar het station. Mijn eerste rit is lijn 143 naar Kampen en terug. In Kampen wordt de Oranjesingel opnieuw bestraat. We rijden dus via de andere kant om het centrum heen. Als ik in Kampen aankom en de halte ‘Nijverheidsstraat’ voorbijrijd, begin ik mijn praatje. Ik vertel dat lijn 143 tot ongeveer eind mei een omleidingsroute rijdt wegens wegwerkzaamheden, dat we een paar haltes zullen overslaan en dat de volgende halte ‘Almere Collega’ de laatste halte is op de reguliere route. Ik zie dat ik asielzoekers met vragende gezichten in de bus heb, dus herhaal ik het verhaal even in het Engels. Voor de grap vertel ik in het Frans dat ik wel Frans spreek, maar niet goed genoeg om te herhalen wat ik net in het Engels en Nederlands zei. Er wordt gelachen.

Op het station van Kampen laad ik de mensen in en het valt me, net als vorige week op dat er nogal wat mensen zijn die naar de Oostzeestraat en de Oranjesingel willen. Ik leg ze uit dat de bus daar gedurende een paar weken niet langsrijd, waarop ze besluiten te gaan lopen. Ik mis een papiertje met uitleg in de haltepaal. Het is dat ik geen sleutel heb, anders had ik ‘m er zelf even ingehangen; kleine moeite.

Vlak over de IJsselbrug sla ik in plaats van rechtsaf, linksaf. Meteen hoor ik gemompel en er wordt op het stop-knopje gedrukt. De mensen die uitstappen vertrekken allemaal richting de oude route van lijn 143. Bij het wegrijden ben ik nét te laat om te voorkomen dat ‘Tante Annie’ omroept: “Volgende halte: van Heutzplein” :-s

Na mijn ritje Kampen heb ik pauze. Met een zak en een beker van de Burger King kom ik de kantine binnen alwaar ik onze reservechauffeur Jan tref. We begroeten elkaar en hij wordt gebeld door het ROV.
“Een door-zijn-veren-gezakte bus ophalen in Emmeloord?! Dat lijkt me nogal slecht voor de bus,” hoor ik Jan zeggen. Ik ben het met hem eens: het is nogal een eind rijden van Emmeloord naar Lelystad, zeker als een bus door zijn achtervering is gezakt. Het zal niet de eerste keer zijn dat iemand een stukje is doorgereden zonder verende achterkant en dat ernstige schade aan de achterbrug optrad. “Ok, dan hoor ik het wel,” zegt Jan en hangt op. Ik eet mijn hamburger op terwijl Jan vertelt wat het ROV hem ‘nu weer’ wilde laten doen en hoe slecht dat wel niet is, zeker met al die drempels daar.

Na een paar stadsritjes is lijntje F naar Batavia-Stad aan de beurt. De bus is leeg als ik op halte “De Helling” aan kom rijden, de laatste halte voor het eindpunt. Er staan een man en een vrouw. De gezette man wil de bus instappen, maar omdat van deze bus het knielsysteem niet functioneert, kan ik de neus niet laten zakken. De man krijgt zijn voet niet hoog genoeg, struikelt en valt hard met zijn gezicht tegen het deurtje van mijn hokje. De vrouw die achter hem staat schreeuwt het uit van schrik. Ik wil helpen, maar omdat de man Face Down voor mijn deurtje ligt, kan ik er niet uit. Ik zie een straaltje bloed over de vloer lopen. Ik aarzel geen moment en druk het noodpedaal in. Je weet tenslotte maar nooit.

De vrouw probeert de man te helpen en met enige moeite weet de man zich overeind te trekken. Het opstaan begint als hij op handen en knieën voor mijn deurtje zit. Zijn handen staan in de steeds groter groeiende plas bloed. Nog meer bloed loopt in een behoorlijke straal uit zijn neus. Dan trekt hij zich op aan het deurtje, stempeltafel en twee stangen in de bus. Op mijn aanwijzing waggelt hij naar achteren en gaat zitten op een stoel. Met mijn voet schop ik het deurtje open en kijk naar de vloer. Hier ligt minstens 200cc bloed. Omdat het bloedverlies zo behoorlijk is, wil ik snel een ambulance ter plaatse hebben. Ik dat er inmiddels verbinding is en ik leg uit wat er aan scheelt.

“Er is een man gevallen in de bus en bloedt hevig. Graag een ambulance ter plaatse op De Helling.”
“Staat u op de Claerbeek?”, vraagt de centrale.
“Nee, ik sta op halte ‘De Helling’ op ‘De Helling’”.
“U staat zo te zien in de buurt van de Claerbeek?”
“NEE, ik sta op De Helling. Bij de halte. Kan niet missen.”
“Ok, ik ga bellen!”

Ik wil naar de man toegaan om te kijken hoe het met hem gaat, maar voor me ligt een grote plas bloed. Ondertussen is de vrouw bezig zowel het bloeden te stelpen met zakdoekjes die in mum van tijd doordrenkt zijn, als haar strippenkaart op mijn stempeltafel te leggen. Ik zie dat haar handen ook druipen van het bloed. Ze is zenuwachtig. De kaart valt op de grond in de plas met bloed. Ze graait de kaart snel op en deponeert het op mijn stempeltafel. Ik wil niet dat er bloed in mijn geldlade komt, maar de bebloede strippenkaart glijdt keer op keer de verkeerde richting uit. Ik vertel haar dat het stempelen nu even minder belangrijk is en dat ik eerst zeker wil weten hoe haar man het maakt.

“Gaat u maar even zitten, want u bent ook behoorlijk geschrokken,” opper ik. Ze probeert uit te leggen dat hij wel vaker valt en dat het niet zo ernstig is. Ze praat snel en verward. Ondertussen kijk ik toe hoe ze in de plas bloed staat en heen en weer loopt tussen mij en haar man, het bloed verspreidend door de bus.
Eindelijk heb ik haar zo ver dat ze bij haar man gaat zitten. Ik ruik bier. Ik schat in dat de man behoorlijk teut is. Ik weet dat bloed van alcohol dunner wordt en moeilijker te stelpen is. Ondertussen zie ik het bloed met een behoorlijke hoeveelheid en snelheid zijn neus uitlopen (slagaderlijk) en ik probeer een inschatting te maken hoeveel bloed hij inmiddels verloren moet hebben. Ik kom uit op tenminste een halve liter, als het niet meer is. Overal ligt bloed en alles is besmeurd. Dit wordt nog een hele klus om schoon te maken. De trui en broek van de man zit ook onder. Ik hoop niet dat het doorlekt op de zitting. Eindelijk snappen ze dat ze de zakdoekjes met druk op de neus moeten houden en dat lijkt te helpen.

Na een tijdje hoor ik een sirene. Ik zie hoe de ambulance bij de rotonde linksaf slaat, richting Claerbeek in plaats van rechtsaf, naar deze bende. -zucht-
In de verte zie ik een paar jongens aan komen hollen. Ze blijken bekenden te zijn van het stel en voegen zich bij het stel in de bus, zich excuserend voor de overlast. Het valt niet mee om ze allemaal gerust te stellen, maar het lukt aardig.
Na nog een paar minuutjes zie ik een surveillance-auto van de politie in de verte op de dijk rijden. Ik waarschuw de mensen voor de herrie en claxonneer S-O-S. De politie-auto versnelt en komt onze kant op. (yey scouting!)

Na nogal wat vijven en zessen (dit heeft al met al een goed halfuur geduurd), wordt de man meegenomen en kan ik mijn rit vervolgen. Vervolgen is een groot woord, want nadat ik bij de halte van Batavia-Stad heb uitgelegd wat er aan de hand is en de passagiers de plassen bloed zien, vertrek ik richting garage. Het bloed moet zo snel mogelijk met koud water worden weggespoeld, anders droogt het op en wordt het des te moeilijker. Ik roep de centrale op om te melden dat inmiddels lijn C is komen te vervallen en dat lijn D gaat vervallen omdat ik eerst de bus ga uitspoelen. Ik hoor de twijfel. Ja, dat heb je met zo’n uitgebreide landelijke centrale: ik had iemand anders aan de lijn. Ik leg kort uit wat er gebeurd is en dat ik ‘even’ de bus ga schoonspuiten. Misschien kan de reserve mijn lijntjes tijdelijk even overnemen. Er wordt gezegd dat hij in Emmeloord is om een bus te ruilen. “Ah, toch de bus met de kapotte achtervering?”
“Ja, toch de bus met de kapotte achtervering.” ;-)

Na nog een goed halfuur met de brandslang te hebben gespeeld en de vloer er eindelijk enigszins schoon uitziet, ben ik met nog wat schoonmaakspul de rest gaan schoonmaken. Wat een bende! Het afvalbakje zat vol met bloed-doordrenkte zakdoekjes en een 45-strippenkaart met nog meer bloed bovenop.

Eindelijk ziet de bus er weer een beetje toonbaar uit en kan ik naar het station. Ik zet deze bus in het zonnetje zodat hij lekker uit kan lekken en opdrogen. Ik pak een streekbus mee (lekker puh) en tijdens het ritje naar het station piep ik de centrale weer op. Ze vragen of ik nog net lijntje B ga redden, maar ik antwoord dat ik me toch echt eerst ga opfrissen en een kopje koffie ga nemen om te bekomen van de schrik. In de kantine heb ik nog maar eens mijn handen goed gewassen en een welverdiend kopje koffie genomen.

..zonder bloed gelukkig!

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Tip je Hyves Vrienden! Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter