Op zaterdagavond 12 juni 2010 werd ik gebeld door Birgit, de vriendin van Rob. Ze belde om te vertellen hoe het met hem ging. Rob heeft al sinds eind 2009 een behoorlijke longonsteking en is een paar keer opgenomen geweest in het ziekenhuis om dat te behandelen. Hij zou herstellen, maar hij zou wel moeten stoppen met roken en het zou gepaard gaan met pijn en veel slijm en troep, dat uit zijn longen zou moeten komen. Zodra dat allemaal weg zou zijn, was het weer goed. Birgit belde me op om te zeggen dat Rob nu in een bungalowhuisje ligt, dat hij verlamd is ‘from the waist down’ en dat de longonsteking geen longontsteking is maar longkanker en dat het inmiddels zo ver uitgezaaid is, dat het geen zin meer heeft om te behandelen. Het zit overal en Rob heeft niet lang meer te gaan. Diezelfde avond ben ik er naartoe gegaan met op mijn Hyves een wie-wat-waar: “Zometeen naar bungalowpark ‘Bremerberg’. Maar niet voor de fun.. Alhoewel.. Met Robbo kun je altijd lachen!”.
En inderdaad: het was gezellig. Rob lag weliswaar in bed; doodziek, bleek en met trillende handen, maar het was zowaar gezellig. We hebben gepraat over deze bizarre situatie en dat hij en Birgit er eigenlijk wel vrede mee hebben. Hij heeft altijd gezegd: “als ik de 64 haal, mag je je gelukkig prijzen”. En met die gedachte in hun achterhoofd hebben ze samen heel wat leuke dingen gedaan, voordat Rob 64 zou worden. Hij is nu 61 en heeft zo’n beetje alles gedaan wat hij wilde doen. Hij heeft geen dingen die hij nog gedaan zou willen hebben. Hij heeft er echt vrede mee dat hij er zometeen niet meer is. En dat doet best pijn. Ik heb met Rob bij elkaar dagen, weken, misschien wel maanden aan de telefoon gehangen. Nachtenlang praatten we over van alles en nogwat. Vaak filosofeerden we over verschillende zienswijzen en opvattingen, commerciële en technische constructies, chantabele en monopolistische bedrijven, politiek en corruptie, Internet en techniek; de zin van het leven. Hij heeft overal wel een mening over en gaat een lekker pittige discussie nooit uit de weg. Heerlijk is dat! Ik zal dat wel erg gaan missen. Als ik ‘s avonds laat achter mijn computer zat en me verveelde, belde ik Rob. En dan legden we vaak pas na een paar uur neer.
We hadden ook altijd van die leuke technische ideetjes. Ons laatste project was een WiFi-straalverbinding tussen zijn huis en dat van Henk, die op een boerderij woont. Geen kabel, wel ADSL maar niet snel en zeer onbetrouwbaar. Daar wist Rob wel raad mee; uit China liet hij een paar grote antennes overkomen en uit Amerika zenders die daar op pastten. Ik was al aan het experimenteren geslagen met mijn eigen systeempje over een afstand van 1293 meter. De resultaten daarvan zouden min of meer bepalen hoe we de straalverbinding door de polder over een afstand van 4,8km zouden aanleggen. Helaas liggen de antennes nu ongebruikt in een doos te liggen. Wie weet of die verbinding er ooit nog komt.
Rob was ook druk met Kitty – van Almere City. Al jarenlang is hij bezig om haar te perfectioneren en allerlei dingen te laten doen. Kitty leeft in zijn Poser, een 3D-modellingprogramma. Kitty rijdt in een mooie Ferrari, heeft een sexy loopje en een sexy stem, al komt die stem van mij af. Dat maakte nooit uit; het was altijd leuk om te zien wat Rob Kitty nu weer had laten doen.
Back in the nineties is Rob Flevonet begonnen. De eerste gratis Internetprovider in Nederland, hoewel ZeelandNet en Wish altijd anders hebben beweerd. Met een paar vaste krachten en tientallen vrijwilligers bouwde hij een volwassen provider op waar heel Flevoland op kon inbellen. Het was op één van de vrijwilligersbijeenkomsten waar ik Robbo heb ontmoet. Ik, als rasechte Internet-freak, wilde meteen alles meemaken. Ik vond het prachtig. Al die modembanken die daar stonden te piepen en te doen. Alle mooie servers waar honderden mensen tegelijk op zaten, allemaal vanaf halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw. In die tijd hypermodern. En Robbo was de drijvende kracht achter dat alles. Birgit was ‘The Boss’, maar Robbo wist precies waar hij met Flevonet heen wilde.
Later ben ikzelf doorgegaan met de vrijwilligers als het GuldenNet, maar dat ging natuurlijk niet lang goed zonder Robbo. Toen het GuldenNet – hoe kon het ook anders – weer terug was bij Rob is het overgegaan in Flevoland.to, dat nog steeds bestaat. En hopelijk nog lang zal bestaan.
Ik ga de komende tijd zo vaak mogelijk naar hem toe. Praten, gezellig bij hem en Birgit zijn, nu het nog kan. Dingen regelen ook. Later zal het huis in Dronten moeten worden leeggehaald. Wat zal dat moeilijk zijn. Maar dat soort dingen horen er nu eenmaal bij.
Het is inmiddels 28 juni geweest en Rob Franken is overleden. In de media is daar aandacht aan besteed in de vorm van een fotopagina, een ‘In Memoriam’-pagina, een artikel in de Flevopost en een radiouitzending op Radio Flevoland. Radio Flevoland… Dat waren wij vroeger op Flevonet.. Ik heb daar zelf nog een uitzending voor gemaakt. Dat was een prachtige tijd.
Rest In Peace, Robbo!




